< Terug naar overzicht
Renteloze lening van ouders aan kinderen
Vanaf 1 januari 2010 kunnen ouders niet meer renteloos geld lenen aan hun kinderen zonder de heffing van schenkingsrecht. Onder de oude Successiewet (vóór 1 januari 2010) kon dat wel als de geldverstrekker op elk moment de terugbetaling kon opeisen.
Vanaf 1 januari 2010 geldt bij een direct opeisbare renteloze of laagrentende (minder dan 6 procent) geldlening een fictie dat de geldverstrekker het vruchtgebruik aan de geldlener heeft geschonken. Over dit vruchtgebruik is schenkbelasting verschuldigd.
U kunt bij dit soort leningen schenkbelasting voorkomen door een nieuwe geldleningsovereenkomst aan te gaan. De nieuwe overeenkomst moet een opeisbaarheidstermijn hebben van minimaal een jaar. Voorts moet een marktconforme rente worden overeengekomen. Deze kan lager liggen dan de hiervoor vermelde 6 procent.
Vanaf 1 januari 2010 geldt bij een direct opeisbare renteloze of laagrentende (minder dan 6 procent) geldlening een fictie dat de geldverstrekker het vruchtgebruik aan de geldlener heeft geschonken. Over dit vruchtgebruik is schenkbelasting verschuldigd.
U kunt bij dit soort leningen schenkbelasting voorkomen door een nieuwe geldleningsovereenkomst aan te gaan. De nieuwe overeenkomst moet een opeisbaarheidstermijn hebben van minimaal een jaar. Voorts moet een marktconforme rente worden overeengekomen. Deze kan lager liggen dan de hiervoor vermelde 6 procent.
