< Terug naar overzicht
Geld lenen aan en van de bv: wat is verstandig?
Het komt regelmatig voor dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) geld leent van zijn besloten vennootschap (bv). De omgekeerde situatie komt echter ook voor: een lening van de dga aan zijn bv. In beide gevallen is het erg belangrijk dat de lening op de gangbare zakelijke voorwaarden is afgesloten.
Zakelijke voorwaarden
Wanneer de lening keurig volgens de fiscale spelregels is opgesteld, is er een schriftelijke overeenkomst tussen de dga en zijn bv. In deze overeenkomst zijn een aflossingsschema en een reëel rentepercentage opgenomen. Uw SRA-Adviseur kan u helpen met het opstellen van een zakelijke overeenkomst.
Inkomensboxen
Een dga die als aandeelhouder geld leent aan of van zijn bv, krijgt te maken met box 1 en box 3. Bij geld lenen aan de bv is de zogeheten terbeschikkingstellingsregeling van box 1 van toepassing. De rente op de geldlening wordt in deze box progressief belast. Bij geld lenen van de bv zijn meestal de regels van box 3 van toepassing.
Informele kapitaalverstrekking
Voldoet uw lening aan de bv niet aan de voorwaarden, dan kan de belastinginspecteur zich op het standpunt stellen dat sprake is van een informele kapitaalverstrekking. Hierdoor is bij een afwaardering van de lening het verlies verrekenbaar tegen 25% (box 2), terwijl normaal gesproken het verlies ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden mag worden gebracht (box 1). Volgens de belastingrechter moet de inspecteur dan wel aantonen dat de geldlening onzakelijk is. Slaagt hij hier niet in, dan is het verlies op een lening wel in box 1 aftrekbaar.
Voorzichtigheid geboden
Maar ook als u onder zakelijke voorwaarden geld leent van uw bv, blijft het toch oppassen geblazen. Zo werd een dga door de rechter teruggefloten omdat er sprake was van een renteconstructie. De dga leende een bedrag van € 788.158 van zijn bv tegen een rente van 2,5%. Hij zette dit bedrag vervolgens op een privé-internetspaarrekening en ontving hierop een rente van 3,6%. Een rentevoordeel dus van 1,1%. Het resultaat in box 3 was nihil, omdat de schuld aan de bv wegviel tegen de bezitting (internetspaarrekening).
Renteconstructie belast in box 1
Volgens de rechter verrichtte de dga werkzaamheden in het economisch verkeer door het inlenen en vervolgens uitlenen van de gelden. Bovendien beoogde hij hiermee voordeel (1,1%) en dat voordeel was ook redelijkerwijs te verwachten. Het gevolg van deze uitspraak is dat het rentevoordeel voor de dga alsnog belast is in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Overigens is tegen deze beslissing door de dga beroep in cassatie aangetekend. Het is dus afwachten of uiteindelijk inderdaad het renteverschil bij de dga in box 1 wordt belast.
Zakelijke voorwaarden
Wanneer de lening keurig volgens de fiscale spelregels is opgesteld, is er een schriftelijke overeenkomst tussen de dga en zijn bv. In deze overeenkomst zijn een aflossingsschema en een reëel rentepercentage opgenomen. Uw SRA-Adviseur kan u helpen met het opstellen van een zakelijke overeenkomst.
Inkomensboxen
Een dga die als aandeelhouder geld leent aan of van zijn bv, krijgt te maken met box 1 en box 3. Bij geld lenen aan de bv is de zogeheten terbeschikkingstellingsregeling van box 1 van toepassing. De rente op de geldlening wordt in deze box progressief belast. Bij geld lenen van de bv zijn meestal de regels van box 3 van toepassing.
Informele kapitaalverstrekking
Voldoet uw lening aan de bv niet aan de voorwaarden, dan kan de belastinginspecteur zich op het standpunt stellen dat sprake is van een informele kapitaalverstrekking. Hierdoor is bij een afwaardering van de lening het verlies verrekenbaar tegen 25% (box 2), terwijl normaal gesproken het verlies ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden mag worden gebracht (box 1). Volgens de belastingrechter moet de inspecteur dan wel aantonen dat de geldlening onzakelijk is. Slaagt hij hier niet in, dan is het verlies op een lening wel in box 1 aftrekbaar.
Voorzichtigheid geboden
Maar ook als u onder zakelijke voorwaarden geld leent van uw bv, blijft het toch oppassen geblazen. Zo werd een dga door de rechter teruggefloten omdat er sprake was van een renteconstructie. De dga leende een bedrag van € 788.158 van zijn bv tegen een rente van 2,5%. Hij zette dit bedrag vervolgens op een privé-internetspaarrekening en ontving hierop een rente van 3,6%. Een rentevoordeel dus van 1,1%. Het resultaat in box 3 was nihil, omdat de schuld aan de bv wegviel tegen de bezitting (internetspaarrekening).
Renteconstructie belast in box 1
Volgens de rechter verrichtte de dga werkzaamheden in het economisch verkeer door het inlenen en vervolgens uitlenen van de gelden. Bovendien beoogde hij hiermee voordeel (1,1%) en dat voordeel was ook redelijkerwijs te verwachten. Het gevolg van deze uitspraak is dat het rentevoordeel voor de dga alsnog belast is in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Overigens is tegen deze beslissing door de dga beroep in cassatie aangetekend. Het is dus afwachten of uiteindelijk inderdaad het renteverschil bij de dga in box 1 wordt belast.
