< Terug naar overzicht
BP 2010 | Aanpassing werkkostenregeling
De werkkostenregeling wordt op verzoek van werkgevers op een aantal punten versoepeld:
• Werkkleding met een groot bedrijfslogo wordt – anders dan oorspronkelijk de bedoeling was – op nihil gewaardeerd en komt daarmee niet ten laste van het forfait.
• Vakliteratuur en de inschrijfkosten van beroepsregisters worden toegevoegd aan de gerichte vrijstellingen die niet ten koste gaan van het forfait
Vanaf 1 januari 2011 gaat de werkkostenregeling gelden. Werkgevers kunnen in de jaren 2011, 2012 en 2013 aangeven dat zij nog gebruik willen maken van de oude regels voor verstrekkingen en vergoedingen.
Door de werkkostenregeling kunnen werkgevers maximaal 1,4% van hun totale fiscale loon (de 'vrije ruimte') besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor hun werknemers. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgevers loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Daarnaast kan de werkgever bepaalde zaken onbelast blijven vergoeden of verstrekken door gebruik te maken van de gerichte vrijstellingen. Zo valt bijvoorbeeld de vergoeding van een lidmaatschap van een beroepsorganisatie buiten het forfait van 1,4% en mag de werkgever de lidmaatschapskosten onbelast vergoeden
De nieuwe regeling heeft voor iedere werkgever gevolgen. Of hij nu twee man in dienst heeft of 250, dat maakt niet uit. Dit betekent dat werkgevers de komende maanden aan de slag moeten. Ze moeten uitzoeken of het financieel aantrekkelijk is om voorlopig vast te houden aan het oude systeem of dat ze beter de nieuwe regeling kunnen toepassen. Dat verschilt per werkgever. Kiest een werkgever voor de nieuwe regeling, dan betekent dit ook een andere inrichting van zijn financiële administratie. De salarisadministratie moet weten welke regels worden toegepast. Maar ook personeelszaken krijgt ermee te maken. Misschien moeten de arbeidsvoorwaarden aangepast worden en is er overleg nodig met de werknemers.
• Werkkleding met een groot bedrijfslogo wordt – anders dan oorspronkelijk de bedoeling was – op nihil gewaardeerd en komt daarmee niet ten laste van het forfait.
• Vakliteratuur en de inschrijfkosten van beroepsregisters worden toegevoegd aan de gerichte vrijstellingen die niet ten koste gaan van het forfait
Vanaf 1 januari 2011 gaat de werkkostenregeling gelden. Werkgevers kunnen in de jaren 2011, 2012 en 2013 aangeven dat zij nog gebruik willen maken van de oude regels voor verstrekkingen en vergoedingen.
Door de werkkostenregeling kunnen werkgevers maximaal 1,4% van hun totale fiscale loon (de 'vrije ruimte') besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor hun werknemers. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgevers loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Daarnaast kan de werkgever bepaalde zaken onbelast blijven vergoeden of verstrekken door gebruik te maken van de gerichte vrijstellingen. Zo valt bijvoorbeeld de vergoeding van een lidmaatschap van een beroepsorganisatie buiten het forfait van 1,4% en mag de werkgever de lidmaatschapskosten onbelast vergoeden
De nieuwe regeling heeft voor iedere werkgever gevolgen. Of hij nu twee man in dienst heeft of 250, dat maakt niet uit. Dit betekent dat werkgevers de komende maanden aan de slag moeten. Ze moeten uitzoeken of het financieel aantrekkelijk is om voorlopig vast te houden aan het oude systeem of dat ze beter de nieuwe regeling kunnen toepassen. Dat verschilt per werkgever. Kiest een werkgever voor de nieuwe regeling, dan betekent dit ook een andere inrichting van zijn financiële administratie. De salarisadministratie moet weten welke regels worden toegepast. Maar ook personeelszaken krijgt ermee te maken. Misschien moeten de arbeidsvoorwaarden aangepast worden en is er overleg nodig met de werknemers.

