Pseudo-eindheffing 2027 | Tijd om te schakelen

 

In september 2025 informeerden wij u al over de invoering van de pseudo-eindheffing per 1 januari 2027 voor niet-emissievrije auto’s van de zaak. Deze maatregel moet de overstap naar elektrisch rijden versnellen en kan aanzienlijke gevolgen hebben voor werkgevers.

In de praktijk zien wij inmiddels veel vragen ontstaan bij werkgevers, onder andere ten aanzien van het gebruik van poolauto’s en bij het schuiven per personeel en/of auto’s tussen concernvennootschappen. Tijd voor een update dus.

Hoe zat het ook alweer: wanneer speelt de pseudo-eindheffing?
Zoals eerder toegelicht geldt vanaf 2027 een pseudo-eindheffing van 12 procent over de cataloguswaarde van fossiele personenauto’s (inclusief hybride modellen) die ook privé worden gebruikt. Daarbij wordt woon-werkverkeer als privégebruik aangemerkt.

Dit betekent dat ook in situaties waarin een auto ogenschijnlijk uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, de pseudo-eindheffing kan spelen zodra sprake is van woon-werkverkeer. De heffing kan bovendien al verschuldigd zijn zodra in een kalendermaand ook maar één dag sprake is van dergelijk gebruik.

Voor de goede orde: De pseudo-eindheffing betreft een werkgeversheffing, die in beginsel niet verhaald mag worden op de werknemer.

Wanneer u vóór 2027 een auto van de zaak ter beschikking stelde aan een werknemer, dan geldt een overgangstermijn. De heffing blijft dan achterwege tot uiterlijk 17 september 2030. De aanstaande wetgeving vergt van werkgevers dat zij goed kijken naar hun bestaande mobiliteitsbeleid en naar bestaande leaseovereenkomsten.

Tot zover de hoofdregels. Nu maar eens stilstaan bij diverse bijzonderheden die aan deze regeling kleven.

Poolauto’s: een onderschat risico
Bij poolauto’s, voertuigen die beurtelings door meerdere werknemers worden gebruikt, lijkt de pseudo-eindheffing al snel van toepassing. Zodra een dergelijke auto wordt gebruikt voor woon-werkverkeer, is immers sprake van privégebruik.

Daarnaast geldt dat de pseudo-eindheffing in beginsel over de volledige kalendermaand verschuldigd kan zijn, ook als slechts beperkt privégebruik plaatsvindt en ongeacht welke werknemer de auto gebruikt. Dit maakt poolauto’s fiscaal potentieel kostbaar.

Tegelijkertijd is niet iedere poolauto automatisch belast. De beoordeling hangt sterk af van de feitelijke inrichting van het gebruik en de mate van beschikkingsmacht die werknemers hebben.

De sleutel: ter beschikking stellen
Doorslaggevend is of sprake is van het ter beschikking stellen van een auto aan een werknemer. Hiervan is in beginsel alleen sprake als een werknemer feitelijk vrij over de auto kan beschikken.

Als de beschikkingsmacht bij de werkgever blijft en werknemers het voertuig uitsluitend gebruiken voor een gerichte zakelijke opdracht, kan worden betoogd dat geen sprake is van terbeschikkingstelling. In dat geval blijft de pseudo-eindheffing mogelijk achterwege.

De praktijk en de kaders waarbinnen dit zich afspeelt zijn daarbij cruciaal. Wanneer werknemers bijvoorbeeld vrij kunnen beschikken over een poolauto of deze buiten een strikt georganiseerd gebruik inzetten, zal eerder sprake zijn van terbeschikkingstelling. Het is daarom belangrijk om het gebruik goed af te bakenen en, waar nodig, een verbod op privégebruik inclusief woon-werkverkeer schriftelijk vast te leggen en te handhaven.

Concernovergangen: impact op het overgangsrecht
Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Deze regeling is gekoppeld aan de inhoudingsplichtige (de werkgever) en niet aan de auto of de werknemer.

Dat betekent dat bij een overdracht van een auto naar een andere BV binnen het concern in beginsel sprake is van een nieuwe terbeschikkingstelling, zo interpreteren wij de nieuwe wetgeving. Hierdoor kan het overgangsrecht vervallen en kan de pseudo-eindheffing alsnog eerder van toepassing zijn. Dit speelt mogelijk ook wanneer een werknemer met auto overgaat naar een andere groepsmaatschappij. Daar staat tegenover dat wanneer dezelfde auto binnen één BV door een andere werknemer wordt gebruikt, dit in beginsel geen gevolgen heeft voor het overgangsrecht. In dat geval blijft de bestaande terbeschikkingstelling in stand.

Schadeherstel? Fiscale schade!
En dan is daar nog de situatie dat de werknemer zijn elektrische auto van de zaak tijdelijk naar de garage brengt, bijvoorbeeld voor onderhoud of voor schadeherstel. Stel, deze werknemer krijgt tijdelijk de beschikking over een benzine slurpende vervangende auto. Die vervangende auto leidt dan tot pseudo-eindheffing voor de volledige maand. Inmiddels is dit punt ook opgepakt door een aantal Tweede Kamerleden van de CDA en de VVD. Voor hen zijn deze onwenselijke effecten reden geweest om een motie in te dienen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 140, nr. 298). Een motie is en blijft slechts een motie, maar het geeft wel aan dat de voorgestelde regeling in zijn huidige vorm op bepaalde punten knelt. Het zou mooi zijn als de scherpe randjes van de regeling worden gehaald alvorens deze daadwerkelijk in werking treedt.

Tot slot
Werkgevers zullen zo snel mogelijk moeten schakelen om voorbereid te zijn op de nieuwe pseudo-eindheffingsregeling. Dat begint met het in kaart brengen van (de looptijd van) het huidige wagenpark en van het actuele mobiliteitsbeleid, het definiëren van beleid richting de (nabije toekomst), het waar nodig informeren van de medewerkers enzovoorts. Ook is het goed om daarbij vast te stellen of een of meer van de hierboven beschreven situaties zich kunnen voordoen.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit nieuws?  Neem dan contact met ons op via uw relatiebeheerder, telefonisch via 040 – 2 504 504 of via onderstaand contactformulier.

Deel dit bericht

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak

Vrijblijvend advies

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak