Hoge Raad: belastingrente van 8% voor vennootschapsbelasting onverbindend

HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:59

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De belastingrente is per 1 januari 2022 verhoogd van 4% naar 8%. Deze verhoging is onverbindend verklaard en moet daarom buiten toepassing blijven.

Achtergrond
Per 1 januari 2022 werd de belastingrente voor de Vpb verhoogd naar de wettelijke handelsrente, met een minimum van 8%. Voor andere belastingen bleef het rentepercentage aanzienlijk lager (in die periode 4%). Deze renteverhoging leidde tot een groot aantal bezwaren tegen de belastingrente. De Staatssecretaris heeft deze bezwaren aangemerkt als massaal bezwaar, waardoor zij gezamenlijk behandeld worden. Rechtbank Noord-Nederland verklaarde de regeling eerder al onverbindend, waarna de Hoge Raad nu uitspraak heeft gedaan.

Oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelde afgelopen week dat:

  • de besluitgever binnen zijn gedelegeerde regelgevende bevoegdheid is gebleven bij het vaststellen van de belastingrentepercentages;
  • de regeling voldoende zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd;
  • dat de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting evenwel inhoudelijk niet door de toets aan het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel komt.


Onderbouwing

Voor de renteverhoging heeft de Hoge Raad geen ander motief kunnen vinden dan een budgettair doel. Een lastenverzwaring die zonder goede rechtvaardiging uitsluitend bij één groep belastingplichtigen (zoals de Vpb-plichtigen) wordt neergelegd, is onevenredig. Ook heeft de Hoge Raad geen rechtvaardiging kunnen vinden voor een hoger rentepercentage voor Vpb-plichtigen ten opzichte van belastingplichtigen voor andere belastingen.

De Hoge Raad oordeelt dan ook dat de verhoging van de belastingrente voor uitsluitend Vpb-plichtigen in strijd is met zowel het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel.

Gevolgen voor de vennootschapsbelasting

  • Voor de jaren 2022 en 2023 moet de belastingrente voor de Vpb worden berekend tegen het algemene percentage. Vanaf 1 januari 2022 t/m 30 juni 2023 was dit 4% en van 1 juli 2023 t/m 31 december 2023 was dit 6%.
  • Er is nog geen zekerheid over de gevolgen voor jaren vanaf 2024. Mogelijkerwijs wordt ook dan aangesloten bij het structureel lagere belastingrentepercentage dat geldt voor andere belastingen.
  • Het is nog onduidelijk hoe de Belastingdienst omgaat met aanslagen vennootschapsbelasting die worden opgelegd na datum van het arrest.
  • Onderstaand schetsen wij de percentages, waarbij wij opmerken dat voor 2024 en latere jaren nog onduidelijkheid bestaat:

Periode                                                                               % (algemeen)        (Vpb)

Vanaf 1 januari 2022 t/m 30 juni 2023:            4%                                      8%

Vanaf 1 juli 2023 t/m 31 december 2023:      6%                                      8%

Over 2024:                                                                      7,5%*                                10%

Over 2025:                                                                      6,5%*                                9%

Vanaf 2026:                                                                     5%*                                    7,5%

Wat betekent dit als u bezwaar heeft gemaakt?

  • Bezwaren tegen de hogere belastingrente voor de Vpb die zijn aangewezen als massaal bezwaar en vallen in de juiste periode moeten worden gehonoreerd.
  • Bezwaarmakers ontvangen het verschil tussen het in rekening gebrachte hogere percentage (bijvoorbeeld 8%) en het toepasselijke lagere algemene percentage (bijvoorbeeld 4%) terug met terugwerkende kracht.
  • Wie al bezwaar heeft gemaakt, hoeft niets te doen; de Belastingdienst zal het arrest toepassen bij de afhandeling van het bezwaar.
  • De Belastingdienst streeft ernaar om uiterlijk op 26 februari 2026 één collectieve uitspraak op de bezwaren die vallen onder de procedure massaal bezwaar te doen.
  • Vervolgens moet de inspecteur alle aanslagen cijfermatig aanpassen binnen zes maanden nadat de collectieve uitspraak is gedeeld. Hierover krijgen belastingplichtigen die bezwaar hebben gemaakt een brief.
  • Het is nog onduidelijk of bezwaren over andere periodes of overige belastingmiddelen (zoals de inkomstenbelasting) gehonoreerd worden.


Wat als u nog géén bezwaar heeft gemaakt?

  • Tot zes weken na de dagtekening van de (definitieve of navorderings-) aanslag kan bezwaar worden gemaakt, dan wel een verzoek worden ingediend om de voorlopige aanslag over het tijdvak te herzien, afhankelijk van op welke aanslag(en) de rente in rekening is gebracht. Na het verstrijken van deze termijn is het in bepaalde gevallen nog mogelijk een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen. Het is op dit moment echter nog onzeker hoe de Belastingdienst op dergelijke verzoeken zal reageren.

Vanzelfsprekend kunnen wij samen met u beoordelen welke mogelijkheden in uw specifieke situatie nog openstaan, zodat wij gericht actie kunnen ondernemen.

Gevolgen voor andere belastingen
Uit dit arrest voor de vennootschapsbelasting kan nog geen definitief oordeel worden afgeleid over de rechtmatigheid van de belastingrente voor andere belastingen (onder andere de inkomstenbelasting, erf- en schenkbelasting, loonbelasting en omzetbelasting), al lijkt het waarschijnlijk dat deze belastingrentes in stand zullen blijven. Ter behoud van rechten is het evenwel alsnog mogelijk om ook tegen deze aanslagen bezwaar te maken.

Financiële impact
De budgettaire gevolgen voor de Staat zijn aanzienlijk. De terugbetaling van te veel geheven belastingrente bij de Vpb werd door toenmalig staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen geraamd op ten minste € 1,3 miljard. Als gevolg van de vele bezwaren die later nog zijn ingediend loopt dit bedrag mogelijk nog verder op.  

Conclusie
De Hoge Raad trekt een duidelijke grens: een selectieve verhoging van belastingrente die hoofdzakelijk budgettair is gemotiveerd, is niet toegestaan. Voor de vennootschapsbelasting betekent dit over de bestreden jaren een aansluiting bij het algemene belastingrentepercentage. Voor andere periodes en belastingen bestaat hierover nog geen definitieve (rechts)zekerheid. Mogelijk biedt de collectieve uitspraak op het massaal bezwaar, welke uiterlijk 26 februari 2026 verwacht wordt, meer duidelijkheid.

Inmiddels heeft de Belastingdienst een collectieve uitspraak in de massaalbezwaarprocedures gedaan, waarmee een deel van de informatie uit dit nieuwsbericht niet meer actueel is. Voor een update verwijzen wij naar ons recente nieuwsbericht.


Heeft u een aanslag ontvangen waarop belastingrente in rekening is gebracht? Wij kunnen u uiteraard ondersteunen bij het inventariseren van de mogelijkheden in uw specifieke situatie en het eventueel ondernemen van gerichte actie. Neem hiervoor contact op met uw relatiebeheerder of via ons algemene telefoonnummer 040 2 504 504.

(Zie ook ons eerdere nieuwsartikel over de conclusie van de advocaat-generaal. De uitspraak van de Hoge Raad is een vervolg op deze conclusie: https://www.govers.nl/nieuws/belastingrente-van-8-mogelijk-onterecht-ag-adviseert-verlaging/)

Deel dit bericht

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak

Vrijblijvend advies

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak