Btw-vrijstellingen en fiscale eenheid btw: toetsing per entiteit vereist

In Nederland gevestigde btw-ondernemers kunnen onder voorwaarden een fiscale eenheid voor de btw vormen. Zij worden dan voor de heffing van btw als één ondernemer beschouwd. Deze fictie roept vragen op wanneer een btw-vrijstelling afhankelijk is van subjectieve voorwaarden die betrekking hebben op de identiteit, hoedanigheid of erkenning van de dienstverrichter.

Naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Hoge Raad heeft het Gerecht van de Europese Unie zich recent uitgesproken over de verhouding tussen de fiscale eenheid en zogenoemde subjectgebonden vrijstellingen. Centraal stond de vraag of een fiscale eenheid btw een beroep kan doen op een vrijstelling wanneer de betreffende dienst wordt verricht door een lid dat zelfstandig beschouwd niet aan alle subjectieve voorwaarden voldoet, terwijl een ander lid van dezelfde fiscale eenheid wel aan die voorwaarden voldoet. Anders gezegd: moeten de subjectieve voorwaarden van een btw-vrijstelling worden beoordeeld op het niveau van de fiscale eenheid als geheel of op het niveau van het individuele lid dat de prestatie verricht?

Achtergrond
De zaak betreft een fiscale eenheid btw in de zorgsector bestaande uit onder meer een stichting die zorg verleent aan personen met een verstandelijke beperking en een BV die zogenoemde 24-uurszorgdiensten aan zorginstellingen verricht. De stichting beschikte over de voor de btw-vrijstelling vereiste erkenning als zorginstelling, terwijl de BV niet aan deze subjectieve voorwaarde voldeed. In geschil was of de door de BV verrichte diensten onder de btw-vrijstelling konden vallen, omdat een ander lid van de fiscale eenheid btw wel aan de relevante subjectieve voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling voldeed.

Oordeel van het Gerecht
Het Gerecht oordeelt dat de subjectieve voorwaarden van de betreffende btw-vrijstelling moeten worden beoordeeld op het niveau van het lid van de fiscale eenheid dat de betreffende prestatie verricht.

Hoewel de leden van een fiscale eenheid voor de heffing van btw als één ondernemer worden aangemerkt, brengt die fictie volgens het Gerecht niet met zich mee dat een lid dat zelf niet aan de voorwaarden van een vrijstelling voldoet, zich kan beroepen op de hoedanigheid, erkenning of status van een ander lid van dezelfde fiscale eenheid. De vrijstelling is daarom uitsluitend van toepassing indien het lid dat de dienst verricht zelf aan alle relevante subjectieve voorwaarden voldoet.

Gevolgen voor de praktijk
Voor de praktijk betekent dit dat fiscale eenheden btw kritisch moeten beoordelen welk lid een prestatie verricht aan een derde en of dat lid zelf voldoet aan alle voorwaarden voor de toepassing van een btw-vrijstelling. De aanwezigheid van een fiscale eenheid is daarvoor niet voldoende.

Tot slot
Heeft u vragen over de gevolgen van deze uitspraak voor uw organisatie? Wij denken graag met u mee. U kunt daartoe contact met ons opnemen via btw@govers.nl of via 040 – 250 45 04. Uiteraard kunt u ook met al uw andere fiscale vragen bij ons terecht.

Deel dit bericht

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak

Vrijblijvend advies

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak