Overdrachtsbelasting: Beleggingswoningen en tweede woningen krijgen lager tarief en nieuwe vrijstelling voor woningcorporaties

Op Prinsjesdag 2026 is voorgesteld om het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting per 1 januari 2027 te verlagen van 8% naar 7%. Daarnaast wordt een gerichte vrijstelling geïntroduceerd voor onderlinge overdrachten van DAEB-vastgoed tussen woningcorporaties. De maatregelen moeten investeringen in huurwoningen en samenwerking binnen de corporatiesector bevorderen om zo de woningmarkt te stimuleren.

De overdrachtsbelasting kent verschillende tarieven voor de verkrijging van vastgoed, afhankelijk van het soort vastgoed en het beoogde gebruik daarvan. Voor woningen die de koper zelf langdurig als hoofdverblijf gaat gebruiken, blijft het tarief in beginsel 2% (of onder voorwaarden is een vrijstelling van toepassing). Voor woningen die niet als eigen hoofdverblijf worden gebruikt, zoals huurwoningen, tweede woningen en vakantiewoningen, geldt momenteel het algemene woningtarief van 8%. Dat tarief wordt volgens het voorstel per 1 januari 2027 verlaagd naar 7%.

Verlaging algemeen woningtarief
De verlaging van het tarief is bedoeld voor woningen die niet door de verkrijger zelf als hoofdverblijf worden gebruikt. Denk daarbij met name aan woningen die worden aangekocht voor verhuur, als belegging of als vakantiewoning. Het reguliere tarief voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden, blijft buiten deze maatregel.

Het doel van de verlaging is om het investeringsklimaat voor verhuurders te verbeteren. Door de aankoop van huurwoningen fiscaal iets minder zwaar te belasten, wil het kabinet bijdragen aan meer investeringsbereidheid en daarmee aan een groter aanbod van huurwoningen.

Moment van verkrijging is bepalend
Voor de toepassing van het tarief is in beginsel het moment van de juridische verkrijging bepalend. Dat is doorgaans het moment waarop de leveringsakte bij de notaris wordt verleden. Bij een voorgenomen aankoop van een woning die niet als eigen hoofdverblijf zal worden gebruikt, kan het daarom relevant zijn om te beoordelen of de verkrijging vóór of na 1 januari 2027 plaats gaat vinden. Een uitgestelde verkrijging kan een tariefvoordeel opleveren.

Nieuwe vrijstelling voor woningcorporaties
Naast de tariefsverlaging wordt per 1 januari 2027 een nieuwe vrijstelling van overdrachtsbelasting voorgesteld voor woningcorporaties. Deze vrijstelling ziet op onderlinge overdrachten van zogenoemd DAEB-vastgoed. DAEB staat voor diensten van algemeen economisch belang en omvat onder meer sociale huurwoningen en ander vastgoed dat nodig is voor de publieke taak van woningcorporaties.

Met deze vrijstelling kunnen woningcorporaties dergelijk vastgoed eenvoudiger onderling overdragen zonder dat overdrachtsbelasting verschuldigd is. De maatregel moet samenwerking tussen corporaties vergemakkelijken en bijdragen aan de uitvoering van de woningbouwopgave. Vastgoed dat niet kwalificeert als DAEB-vastgoed valt niet onder de vrijstelling. Het blijft daarom van belang om vooraf zorgvuldig vast te stellen waarvoor het vastgoed wordt gebruikt en of aan alle voorwaarden wordt voldaan.

Tot slot
De voorgestelde wijzigingen kunnen relevant zijn voor beleggers, verhuurders, woningcorporaties en andere partijen die betrokken zijn bij woningtransacties. Overweegt u de aankoop of overdracht van vastgoed rond de jaarwisseling, dan is het verstandig tijdig te beoordelen welk tarief of welke vrijstelling van toepassing is en welke afspraken daarvoor nodig zijn. Heeft u vragen over de gevolgen voor uw situatie, neem dan gerust contact op met uw contactpersoon bij Govers.

Deel dit bericht

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak

Vrijblijvend advies

Secret Link

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak