Update pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s

Eerder informeerden wij u via onze nieuwsbrief over de pseudo-eindheffing. Deze houdt in dat werkgevers vanaf 2027 een heffing van 12% over de cataloguswaarde betalen wanneer zij een fossiele personenauto ter beschikking stellen die ook privé wordt gebruikt, waaronder woon-werkverkeer. Het doel van deze maatregel is om werkgevers te stimuleren over te stappen op elektrische auto’s en zo de elektrificatie van het wagenpark te versnellen. Het wetsvoorstel in zijn oorspronkelijke vorm bevatte een aantal knelpunten. De regeling wordt daarom op enkele punten aangepast.

Tijdelijke vervangende auto’s uitgezonderd

Een belangrijke wijziging betreft het gebruik van vervangende auto’s. Wanneer een zakelijke auto tijdelijk wordt vervangen, bijvoorbeeld vanwege schade of onderhoud, wordt de vervangende fossiele auto voortaan maximaal veertien dagen uitgesloten van de pseudo-eindheffing. Hiermee wordt voorkomen dat werkgevers in korte tijd geconfronteerd worden met extra lasten, terwijl zij feitelijk al inzetten op emissievrij rijden.

Beperkte vrijstelling voor incidenteel gebruik

Om tegemoet te komen aan zorgen uit de praktijk over tijdelijk vervoer, introduceert het kabinet bovendien een extra vrijstelling. Werkgevers kunnen tot 1 januari 2031 één keer per jaar gedurende maximaal zeven aaneengesloten dagen een fossiele auto ter beschikking stellen zonder dat pseudo-eindheffing verschuldigd is. Deze uitzondering is met name relevant voor situaties zoals huurauto’s of kortstondig vervangend vervoer, waarbij volledige elektrificatie niet altijd direct haalbaar is.

Vrijstelling voor lesauto’s

Voor rijscholen komt er een specifieke vrijstelling. Vanwege Europese regelgeving is het in de praktijk nog niet altijd mogelijk om volledig elektrisch rijles te geven, bijvoorbeeld omdat voor het rijbewijs B nog vaak in een handgeschakelde auto moet worden gereden. Daarbij zou het strikt toepassen van de pseudo-eindheffing leiden tot aanzienlijke administratieve lasten, omdat rijscholen zouden moeten aantonen dat er geen privégebruik plaatsvindt. Met een gerichte vrijstelling wordt dit ondervangen.

Overgangsrecht verlengd

Daarnaast wordt de overgangsregeling voor bestaande situaties verruimd. Deze regeling, die bedoeld is voor auto’s die al vóór de invoering van de maatregel ter beschikking zijn gesteld, liep oorspronkelijk tot 17 september 2030. De einddatum wordt verschoven naar 1 januari 2031. Dit lijkt een beperkte verlenging, maar voorkomt dat de regeling midden in een boekjaar afloopt en zorgt daarmee voor een administratieve vereenvoudiging.

Verduidelijkingen

Naast deze aanpassingen geeft het kabinet ook op een aantal punten meer duidelijkheid over de toepassing van de regeling. Zo is bevestigd dat bij internationaal werk de pseudo-eindheffing aansluit bij de verdeling van de heffingsrechten zoals bepaald in belastingverdragen. Verder geldt dat incidenteel gebruik van taxi’s niet wordt gezien als het ter beschikking stellen van een auto, waardoor in die gevallen geen pseudo-eindheffing verschuldigd is.

Ook wordt verduidelijkt hoe wordt omgegaan met fusies en overnames. In die situaties kan het overgangsrecht behouden blijven, omdat de nieuwe werkgever wordt geacht in de plaats te treden van de oude werkgever.

Geen verruiming overgangsrecht bij wisseling werkgever

Een punt waarop het kabinet geen tegemoetkoming doet, betreft het overgangsrecht bij een wisseling van werkgever, anders dan bij een fusie of overname. Zodra een auto door een andere werkgever ter beschikking wordt gesteld, vervalt het overgangsrecht. Dat geldt ook binnen concernverband. Volgens het kabinet past een dergelijke verruiming niet binnen de systematiek van de regeling, die nadrukkelijk is vormgegeven als werkgeversheffing. Bovendien zou een uitzondering de uitvoering aanzienlijk complexer maken.

Wel blijft het mogelijk om het overgangsrecht te behouden wanneer dezelfde werkgever de auto aan een andere werknemer ter beschikking stelt.

Tot slot

De voorgestelde wijzigingen betreffen welkome aanpassingen. Ook is het prettig dat de regeling op een aantal punten is verduidelijkt. Desalniettemin blijft de regeling een voorbeeld van fiscaal instrumentalisme, met significante gevolgen voor werkgevers.

Wilt u weten wat deze wijzigingen betekenen voor uw organisatie, uw wagenpark of uw huidige leasebeleid? Of wilt u weten hoe u zich het beste kunt voorbereiden op de nieuwe wetgeving? Neem dan gerust contact op met uw Govers-contactpersoon of de focusgroep Loonheffingen via loonheffingen@govers.nl.

Deel dit bericht

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak

Vrijblijvend advies

Tips, advies en nieuws van de beste uit het vak