Op Prinsjesdag 2026 heeft het kabinet de fiscale plannen voor 2027 gepresenteerd. Hoewel veel maatregelen al eerder waren aangekondigd, bevatten de voorstellen verschillende wijzigingen die relevant zijn voor werkgevers, HR-afdelingen en payrollprofessionals. De aandacht gaat daarbij met name uit naar hogere werkgeverslasten, wijzigingen binnen de loonheffingen en nieuwe regels rondom werknemersparticipaties. Omdat het om wetsvoorstellen gaat, kunnen de plannen tijdens de parlementaire behandeling nog wijzigen.
Hogere werkgeverslasten in 2027
Werkgevers krijgen in 2027 naar verwachting te maken met hogere loonkosten. Naast de stijging van de loonbelastingtarieven nemen ook de werkgeverslasten verder toe. Met name de arbeidsongeschiktheidspremie (Aof) stijgt voor zowel kleine als grote werkgevers. Voor kleine werkgevers bedraagt de premie naar verwachting 6,67% (2026: 6,27%) en voor grote werkgevers 8,03% (2026: 7,63%).
Daarnaast stijgt het maximumpremieloon van € 79.409 in 2026 naar € 82.547 in 2027. Ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet neemt toe. Hierdoor lopen de totale premielasten voor werkgevers verder op, met name voor werknemers die rond of boven het maximumpremieloon verdienen.
Voor werknemers stijgen daarnaast de tarieven in de eerste twee belastingschijven van de inkomstenbelasting. De verhoging van de arbeidskorting moet dit gedeeltelijk compenseren.
Per saldo lijken de lasten voor zowel werkgevers als werknemers verder toe te nemen. Voor grote werkgevers kan de maximale premiedruk per werknemer hierdoor met enkele honderden euro’s per jaar stijgen.
Einde gerichte vrijstelling voor personeelskortingen
Een opvallende wijziging binnen de werkkostenregeling is het voorgenomen vervallen van de gerichte vrijstelling voor personeelskortingen op branche-eigen producten. Hierdoor kunnen personeelskortingen vanaf 2027 leiden tot belast loon of een beslag op de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
Voor werkgevers die gebruikmaken van personeelsaankopen of kortingsregelingen is het raadzaam tijdig te beoordelen welke gevolgen deze wijziging heeft voor de arbeidsvoorwaarden en loonadministratie.
Meer achtergrond over deze maatregel en de samenhang met de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding leest u in ons eerdere artikel: ‘Maatregelen rondom reiskostenvergoeding en korting op branche-eigen producten’.
Kilometervergoeding blijft € 0,25
De eerder aangekondigde verhoging van de onbelaste kilometervergoeding naar € 0,25 per kilometer blijft ook in 2027 gelden. Daarmee behouden werkgevers de mogelijkheid om zakelijke kilometers en woon-werkkilometers onbelast tegen dit bedrag te vergoeden.
Verdere uitwerking pseudo-eindheffing fossiele auto’s
Ook de pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s wordt verder uitgewerkt. Zo wordt voorgesteld om een vrijstelling op te nemen voor vervangende auto’s tijdens onderhoud en reparatie en voor lesauto’s. Daarnaast wordt de bestaande
overgangsregeling verlengd tot en met 2030 en worden regels voor deelauto’s wettelijk vastgelegd. Ook wordt een anticumulatieregeling opgenomen om samenloop met de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoedingen te voorkomen.
Werkgevers met een wagenpark doen er verstandig aan de gevolgen van deze regeling tijdig in kaart te brengen. Meer hierover leest u in ons eerdere artikel over de pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s: ‘Update pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s‘.
Youngtimerregeling wordt versoberd
Voor werkgevers en ondernemers die gebruikmaken van oudere auto’s van de zaak is ook de voorgenomen aanpassing van de youngtimerregeling relevant. Waar momenteel nog sprake is van een youngtimer vanaf 15 jaar, wordt voorgesteld deze leeftijdsgrens stapsgewijs te verhogen naar 17 jaar in 2027 en naar 20 jaar vanaf 2028. Hierdoor komen bepaalde voertuigen later in aanmerking voor het fiscale youngtimerregime.
Fiscale stimulering van startups en scale-ups
Het kabinet zet daarnaast de eerder aangekondigde regeling voor werknemersparticipaties bij startups en scale-ups door.
Hoewel sinds 2023 al onder voorwaarden uitstel van belastingheffing mogelijk is voor aandelenoptierechten, introduceert dit wetsvoorstel aanvullende fiscale voordelen voor kwalificerende startups en scale-ups. Zo wordt de belastbare grondslag onder voorwaarden verlaagd naar 65% van het behaalde voordeel en verschuift het heffingsmoment in beginsel naar het moment van verkoop van de aandelen of het optierecht.
Hiermee wil het kabinet snelgroeiende ondernemingen beter in staat stellen talent aan zich te binden en te behouden. De regeling geldt uitsluitend voor ondernemingen die als startup of scale-up kwalificeren en kent diverse aanvullende voorwaarden.
In een eerder artikel zijn wij uitgebreid ingegaan op de werking van deze regeling en de aandachtspunten voor werkgevers: ‘Wetsvoorstel fiscale stimulering startups en scale-ups’.
Bevriezen aftoppingsgrens pensioenopbouw
Naast de loonheffingen bevat het Belastingplan ook een maatregel die vooral relevant is voor werknemers met een hoger inkomen. Het kabinet stelt voor om de aftoppingsgrens voor fiscaal gefaciliteerde pensioen- en lijfrenteopbouw van 2027 tot en met 2032 niet te indexeren. Hierdoor blijft de grens gedurende deze periode € 137.800.
Doordat de aftoppingsgrens niet meestijgt met de loonontwikkeling, kan over een relatief kleiner deel van het inkomen fiscaal gefaciliteerd pensioen worden opgebouwd. Met name werknemers met hogere inkomens kunnen hierdoor minder pensioen opbouwen binnen de tweede pijler en mogelijk vaker aangewezen zijn op aanvullende pensioenopbouw, bijvoorbeeld via een lijfrente of privévermogen.
Reeds eerder vastgestelde wijzigingen per 2027
Naast de op Prinsjesdag gepresenteerde voorstellen treden per 1 januari 2027 ook enkele eerder aangenomen maatregelen in werking. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan:
- de verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling naar 2,16% van de fiscale loonsom tot € 400.000 (daarboven blijft het percentage 1,18%);
- de versobering van de 30%-regeling naar een 27%-regeling met overgangsrecht;
- de verdere afbouw van fiscale voordelen voor elektrische auto’s, waaronder een bijtellingskorting van nog slechts 2% in 2027 en een verdere opbouw van de motorrijtuigenbelasting voor elektrische voertuigen;
- de stapsgewijze verhoging van de RVU-heffing naar 64% in 2027 en 65% in 2028 (2026: 57,7%).
Wat betekent dit voor werkgevers?
De plannen voor 2027 laten zien dat werkgevers rekening moeten houden met stijgende loonkosten, wijzigingen binnen de werkkostenregeling en verdere fiscale stimulering van duurzame mobiliteit en innovatieve ondernemingen. Het is daarom raadzaam tijdig te beoordelen welke gevolgen de voorgestelde maatregelen hebben voor de arbeidsvoorwaarden, mobiliteitsregelingen en loonadministratie.
Vragen over de gevolgen van deze voorstellen voor uw organisatie? Neem gerust contact op met de specialisten loonheffingen van Govers.